Mr. Rotgans en mr. Hok-A-Hin zorgen voor verandering in jurisprudentie CRvB!

In deze zaak ging het kort gezegd over het opschorten en intrekken van de bijstandsuitkering van cliënte. Zo zou cliënte niet hebben meegewerkt aan het verzoek van de gemeente om loonstroken te verstrekken en zou zij de gemeente niet op de hoogte hebben gesteld van het salaris dat zij van een derde ontving op haar bankrekening.

 

Eén van de perikelen in deze zaak betrof de niet-ontvankelijkverklaring van besluit I. De CRvB gooit uiteindelijk het roer om en geeft aan dat het postregistratiesysteem dat door de gemeente wordt gehanteerd niet voldoende is om aan te tonen dat het poststuk daadwerkelijk is verzonden. Het is noodzakelijk dat per brief wordt geregistreerd dat en wanneer de brief in de postzak is gedaan.  Het enkel vermelden van de besluit – en verzenddatum en registratienummer is niet langer voldoende!

 

Verder bepaalt de CRvB dat de loonstroken niet nodig waren voor het vaststellen van het recht op bijstand. Een argument dat van meet af aan was ingenomen en nu eindelijk is bevestigd door de CRvB.

 

Wel blijft in stand dat cliënte inkomsten heeft gehad door de bijschrijvingen op haar bankrekening, zodat dat deel van de intrekking en terugvordering in stand blijft.

 

Voor verdere informatie zie bijgevoegde uitspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2020:1045&showbutton=true&keyword=16%2f4180

In een zaak van mr. Hendrickx wordt het verzoek om lijfsdwang door het Hof afgewezen

In deze zaak moest de cliënt van mr. Hendrickx in het kader van een ontnemingsmaatregel nog een bedrag ongeveer € 600.000,- aan de Nederlandse staat betalen. Cliënt heeft dit bedrag nog niet betaald. Om die reden heeft de Advocaat-Generaal heeft aan het Gerechtshof verzocht om toestemming om lijfsdwang toe te passen.

Het Gerechtshof heeft dit verzoek afgewezen. In dat kader heeft het Gerechtshof allereerst aangegeven dat het niet de verwachting is dat cliënt op korte termijn naar Nederland kan komen om de zitting bij te wonen, nu hij thans in Spanje verblijft en in verband met een lopende strafzaak dat land niet mag verlaten. Bovendien geldt dat de Nederlandse overheid reeds aan de Spaanse overheid heeft gevraagd om de tenuitvoerlegging van de ontnemingsmaatregel over te nemen. Op dit verzoek is nog geen beslissing genomen door de Spaanse autoriteiten. Door de beslissing van het Gerechtshof hoeft cliënt niet de gevangenis is.

Vlielander verdedigt Vrouw steekpartij die door de rechtbank gelijk wordt vrijgelaten

https://www.bd.nl/tilburg-e-o/slachtoffer-steekpartij-kaatsheuvel-stelt-na-halfjaar-dat-hij-helemaal-niet-is-gestoken-mijn-vrouw-zit-onterecht-vast~a9167747/

Vlielander verdedigt vermeende ontvoerder

https://www.dvhn.nl/groningen/Man-verdacht-van-horror-ontvoering-jonge-vrouw-OM-eist-cel-en-tbs-met-voorwaarden-25752928.html

Uitspraak in zaak mr. Hendrickx 3 jaar na eis 7 jaar in verband met plegen van plofkraken

Mr Hendrickx verdedigt, hij verzoekt de rechtbank zijn cliënt vrij te spreken dan wel aanvullend onderzoek te gaan doen naar de gestelde herkenning door een verbalisant!

https://limburg24.nl/celstraffen-tot-9-jaar-geeist-voor-plofkraken-aken-en-landgraaf/

Mr Vlielander verdedigt verdachte van doodslag

https://www.lc.nl/friesland/ooststellingwerf/Leeuwarder-33-vast-om-dodelijk-steekincident-Oosterwolde-25535430.html

Vrijspraak voor woningoverval cliënt mr Vlielander

De rechtbank Alkmaar heeft een cliënt van mr. Vlielander vrijgesproken na een eis van 30 maanden onvoorwaardelijk.

24 maanden voor beschieting coffeeshop in Delft

De rechtbank Den Haag heeft de cliënt van mr. Dirkzwager op 23 december 2019 vrijgesproken voor poging moord/doodslag en van bedreiging naar aanleiding van een beschieting op een coffeeshop in Delft op 16 september 2018. Wel is haar cliënt veroordeeld voor vernieling van de ruit van de coffeeshop en het voorhanden hebben van 2 vuurwapens tot een gevangenisstraf van 24 maanden na een eis van 42 maanden.

 

 

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zaak van mr. Hok-A-Hin

In eerste aanleg heeft de rechter-commissaris na een pleidooi van mr. Hok-A-Hin haar cliënt met onmiddellijke ingang geschorst. De Officier van Justitie was het met deze schorsing niet eens en heeft haar cliënt ten onrechte nog één dag langer in detentie gehouden. Mr. Hok-A-Hin heeft bij de Rechtbank Utrecht aangevoerd dat dit diende te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Hoewel de Rechtbank van oordeel was dat er sprake was van een onherstelbaar vormverzuim, heeft de Rechtbank het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk geacht en een geheel voorwaardelijk straf aan cliënt opgelegd. Ook moest cliënt de door het slachtoffer geleden schade betalen.

Tegen deze uitspraak is namens cliënt met succes hoger beroep ingesteld. Het Gerechtshof Den Haag was het met de verdediging eens dat dit vormverzuim zo ernstig is dat het Openbaar Ministerie haar vervolgingsrecht heeft verspeeld. Het Gerechtshof heeft direct mondeling uitspraak gedaan en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard. De veroordeling in eerste aanleg, de opgelegde voorwaardelijke straf en de toegewezen vordering benadeelde partij komen hierdoor te vervallen.